1661
Hoger dan de Salvator kwamen de klokjes van het carillon te hangen. Tot het gieten daarvan was door het stadsbestuur op 13 februari 1661 besloten en enige dagen later opgedragen aan Jurjen Sprakel (Jurriaan Spraeckel). Dr. G.A.Stratingh daarover in GVA 1846: "Het blijkt dan uit die stukken (bedoeld is een verzameling contracten en afrekeningen in het archief) dat een zekere Franciscus Hemony, klokgieter te Amsterdam, den 17 februari 1662 van Jurriaan Spraekel, horlogemaker, mede aldaar wonende, heeft overgenomen de door dezen in 1661 van Burgemeesters en Raad van Groningen aangenomen levering van klokken, te weten een accoord van 32 klokken tot 20.000 pond Amst. Gewicht, t pond à 16 st., zo zuiver van slag, spijze en accoord als in de Nederlanden ofte elders kan bevonden worden, tot oordeel van meesters en musicijns". De levering moest geschieden op 21 februari 1663. Zij zijn echter eerst geleverd “den 29 mei 1664, welke hebben gewogen op de Stadswaag 19.560 p. voor 15.644 gulden en 16 stuivers". De laatste aanbetaling door de stad van 17644 gulden en 16 stuivers is pas gedaan in 1668 aan Petrus Hemony, die toen voogd was over de kinderen Franciscus.