1764
Hoger dan de klokken van Van Trier en zuidelijker hangt een kleinere klok (diameter 94 cm en een gewicht van 900 kg), het "Ruimstraatklokje", gegoten in 1764 door J. Borchhard uit Enkhuizen. Het was een hergieting van gebarsten voorganger.
Borchhard woonde tot 1758 in Groningen.
Deze klok werd geluid om de overgang van dag en nacht aan te geven en aldus het tijdstip te laten horen voor de tapperijen en kroegen, die dan ontruimd moesten worden en tevens om het tijdstip van "criminele daden"te markeren. Dergelijke daden, bij nacht begaan, werden zwaarder gestraft.
Het was ook het moment waarop de poorten werden gesloten. In het Stadboek stond dat niemand na 10 uur (9 uur) in de herberg mocht blijven zitten. Het klokje werd ook wel het bierklokje genoemd.