In de strenge winter van 1794/95 bezetten Franse troepen Nederland om zo de Bataafse omwenteling te bewerkstellen. De Prins van Oranje nam in januari 1795 de wijk naar Engeland. Overal organiseerden Fransgezinde patriotten feesten om de revolutie kracht bij te zetten. Nadat het in het begin van februari de Groningers gelukt was om de nog aanwezige Engelse troepen, buiten de stad om, in de richting van Hannover te laten vertrekken, werd op 13 februari 1795 in Groningen een revolutionaire regering ingesteld. Een dag later werd op de Grote Markt een vrijheidsboom geplant.
De 45 voet hoge boom werd in het Sterrebos uitgegraven en met kluit overgebracht naar de Korenbeurs, waar twaalf burgeressen haar met linten en vlaggen versierden. In optocht werd de boom naar de Grote Markt gebracht gedragen door tachtig mannen en geëscorteerd door het patriottische exercitiegenootschap ‘Voor onze duurste panden’ in volle wapenuitrusting en een corps van groenteboeren en schippers. Onder het gedonder van kanonnen en met muziek ging de stoet voorwaarts. Bij aankomst op de Grote Markt speelde het carillon van de Martinitoren het Franse revolutiedeuntje ‘Ca-ira’. Met toespraken en het dansen van de revolutiedans ‘Carmagnool’ werd de boom ingewijd. Van deze gebeurtenis maakte de schilder Johann Ludwig Hauck (1759-1797) een leuk schilderij.