Groningen

Wie is de Martinitoren
die hoge boom? Hij vangt
stemmen op in zijn oren,
er strijkt een windvlaag woorden
over zijn tinnen heen.
hij ademt met de mensen
mee, gestadig, hij leeft.
hij kan troosten omdat hij
oud is, en soms komt er
uit zijn mond klokgelui
als een hoos wereldwijsheid?
hoe bemoedigend klinkt dat,
oude vader, jij weet
van alle ommelanden
dood leven lief en leed.
De toren is de dichter
die de tekenen verstaat,
de gelovige, roepend
in de woestijn der stad.
hij heeft te veel gezien
om nog ooit blind te worden
hij zag eeuwen verstrijken
en nieuw leven ontstaan
hij ziet de bloem der bomen
als een hart opengaan.
hij ziet mij ook, de zwarte
weemoed die mij bedreigt.
hij heeft te veel geleden
maar houdt het nog en zwijgt.
Mens zijn hier is naar
hem opzien, en rechtop
staan waar men staat, hardnekkig
luisteren, naar wie of wat.
op wacht staan, weer of geen weer,
in het hart van deze stad.

Huub Oosterhuis

Uit: Inkt van dizze stad door
Reinold Kuipers/1990/Produktie
Direktie Cultuur Groningen