Allemaal steden

de stad weifelt over de huizen

de morgen vaart over de daken
de stad binnen
de zon staat op tussen de huizen
onder carillonmuziek
de mensen wandelen in het donker
als het elf uur is

de zon spoelt aan op de daken

aan het strand van de verten
ligt de stille zee der lucht
waarin het schip van de kerktoren
flikkert

in de buik van de stad
drinken wij koffie

en de stad zeilt verder.