1627
Op 17 maart was de herbouw gereed. Het nu groengekleurde bovenstuk werd door de stadsbouwmeester Peters gebouwd. Tussen 1482 en 1577 was de toren nog ca. 118 meter hoog geweest. Na 1627 was de hoogte ca. 97 m en uiterlijk gelijk aan de toren van nu.
Bij een protestantse kerk, meende het stadsbestuur van 1627, paste op de toren geen Sint Martinus als windvaan, maar alleen een paard.
Een ordonnantie van Burgemeesters en Raad van 18 december 1627 bepaalde dat het verboden was bij bruiloften het klokkenspel te laten bespelen als bruid en bruidegom naar de kerk gingen of daarvan terugkeerden.