1648
Er was een vacature voor torenwachter. Deze moest zijn: "een eerlijck en befaemt man, geen suijper noch loper". Hij was ook belast met het uitsteken der vanen en had een taak als "stadstrompetter". Enige jaren bleek ene Hendrick Vreburgh het best aan de preuve van hoornblazer te voldoen. Omstreeks 1790 werd Cornelis Auwerda aangesteld onder de voorwaarde dat hij zich ijverig moest oefenen in de muziek en de repetities van het "Collegium Musicum" (een in 1683 opgerichte muzieksociėteit in de stad moest bijwonen!
uwerda kreeg in 1811 wegens bezuinigingen ontslag. Na de Franse bezetting in 1814 werd hij weer aangesteld.
De torenwachter moest wel enig muzikaal talent bezitten want "de torenblazer blies uit het westervenster wijsjes van psalmen en andere liederen". Ook als de torenwachter een of meer ruiters de stad zag naderen blies hij op zijn hoorn, opdat de poortwachters op hun qui vive waren.