Ode aan de Martinitoren
Toren toren kijk mij aan
zal ik van jouw spits afgaan
Stel, vlak boven het carillon
zet ik af van het balkon
Zweef statig als een adelaar
doch het flappen valt mij zwaar
En ook het bidden van dit dier
helpt mij als springzondaar geen zier
Het carillon zoeft snel omhoog
uit het gezichtspunt van mijn oog
Met mijn neus richting zenith
waar de Grote Markt nu zit
En al spoedig neder daalt
en mijn platvloers eind bepaalt
op een dikke marktmadam
die net vanuit haar kraampje kwam
en wel een kreukelzone heeft
maar daar nu geen nut van heeft
Want acht-en tachtig kilogram
stopt niet licht op achterham

Schrijver:
Jozef Renkelman <http://www.gedichten.nl/schrijver/Jozef+Renkelman>, 07-11-2003